Zomertijd - klok een uur vooruit

180px-begin_cest_transparent

Zomertijd (internationale benaming Daylight Saving Time of DST) is de tijd die gedurende de zomermaanden wordt aangehouden door de klok een uur vooruit te zetten d.w.z. de klok een uur voor te laten lopen op de gewone tijd. Daardoor blijft het 's avonds langer licht en kan men zodoende bezuinigen op elektrische verlichting. 

Algemeen

De Zomertijd begint op de laatste zondag van de maand maart om 02.00 uur. De Wintertijd begint op de laatste zondag van de maand oktober om 03.00 uur.

 

In 2013 gaat in de nacht van zaterdag 30 maart op zondag 31 maart de zomertijd in. De klok gaat om 02:00 uur een uur vooruit en kun je dus een uur korter slapen. 


In 2013 gaat in de nacht van zaterdag 26 oktober op zondag 27 oktober de wintertijd in. De klok gaat om 03:00 uur een uur terug en kun je dus een uur langer slapen.

Geschiedenis

De eerste praktische toepassing van zomertijd was door de Duitse regering gedurende de Eerste Wereldoorlog, tussen 30 april 1916 en 1 oktober 1916. Kort daarop volgde ook het Verenigd Koninkrijk, voor het eerst van 21 mei 1916 tot 1 oktober 1916. Vervolgens voerde het Congres van de Verenigde Staten op 19 maart 1918 verschillende tijdzones in (die al sinds 1883 bij de spoorwegen in gebruik waren) en maakte de zomertijd officieel (in werking tredend op 31 maart) tijdens de rest van de Eerste Wereldoorlog. Het werd in 1918 en 1919 tijdens zeven maanden in acht genomen. De wet bleek echter zo onpopulair te zijn (hoofdzakelijk omdat men toen meestal vroeger opstond en naar bed ging dan tegenwoordig) dat de wet werd afgeschaft.

Ook in de Tweede Wereldoorlog was de zomertijd weer in gebruik. In het Verenigd Koninkrijk kende men zelfs een dubbele zomer- en wintertijd!

Kritiek

In de landbouw geeft de zomertijd problemen, omdat het vee met de kunstmatige omschakeling van het uur niet om kan gaan.Zo zullen koeien niet vroeger opstaan. Voorstanders beweren echter dat men van de zomertijd meer profijt dan schade heeft, waarbij men vooral energiereductie aanhaalt als voordeel. De zomertijdkwestie is in de Verenigde Staten uiterst verwarrend omdat verschillende districten geen zomertijd hebben.

Een van de bezwaren van de zomertijd heeft te maken met de tijdzones. Tijdens de wintertijd staat de klok in West-Europa een uur voor op de zonnetijd, tijdens de zomer staat de klok al 2 uur voor op de zonnetijd. Het dagritme van mensen loopt dus niet synchroon met het ritme van de zon, en 2 uur verschil wordt door sommige mensen als te groot ervaren. Vooral landbouwers vinden dit een groot probleem aangezien hun dieren wel op zonnetijd leven.

Een ander veelgehoord bezwaar van de zomertijd/wintertijd is dat het elke keer een hele aanpassing vergt van het dagritme van mensen om over te schakelen, vooral kinderen hebben hier last van, waardoor ze in de week na de aanpassing oververmoeid kunnen raken.

Verder wordt in twijfel getrokken of de lagere verlichtingskosten de hogere airconditioningskosten wel compenseren. Ook een ander voordeel, meer namiddagzon, wordt in twijfel getrokken aangezien mensen meer energie gaan verbruiken door bijvoorbeeld met de auto te rijden.

Ezelsbruggetje

Om te onthouden of de klok voor- of achteruit gezet dient te worden is er een ezelsbruggetje: je wint er tijd mee. Bij de overgang naar de wintertijd telt de dag van de klokverdraaiing 25 uur. Er wordt dus één uur tijd gewonnen.

Een ander ezelsbruggetje is in het voorjaar zet men de klok vooruit en in het najaar zet men de klok achteruit. Of als het weer achteruit gaat (het wordt kouder), gaat de klok een uur achteruit. Gaat het weer vooruit (het wordt warmer) gaat de klok een uur vooruit.

In het Engels bestaat er het ezelsbruggetje spring forward, fall back (lente/spring vooruit, herfst/val terug). Dit geldt vooral in Amerikaans Engels. In het Verenigd Koninkrijk wordt voor herfst meestal het woord autumn gebruikt i.p.v. fall.